Category Archives: Cinema

Stranger in Paradise

Following a screening of ‘Stranger in Paradise’ (2016) and interview with the director Guido Hendrikx at deBuren, I wrote a text on the film for Kinoautomat (in Dutch).

Onlangs vertoonde deBuren Stranger in Paradise. Op het snijvlak tussen documentaire en fictie onderzoekt Guido Hendrikx in deze film de Europese kijk op de vluchtelingenkwestie. In dezelfde beweging roept de film diverse ethische mediavraagstukken op.  Na de vertoning mocht ik in gesprek gaan met de regisseur. De film ging me niet in de koude kleren zitten, wat uitmondde in een tekst die op het cinefiel platform Kinoautomat verscheen. De tekst kan je hier lezen, alsook hieronder.

stranger-in-paradise.20170912032253

‘Mijn grootvader ontvluchtte Europa toch ook niet na de Tweede Wereldoorlog, toen alles in puin lag en er overal armoede heerste? Nee, hij nam zijn verantwoordelijkheid en hielp mee aan de opbouw van de welvaartsstaat. Daarom moeten jullie nu ook niet hier komen profiteren, neem jullie verantwoordelijkheid en ga terug naar jullie land. Wir schaffen das nicht.’

‘Europa is rijk geworden door de koloniale uitbuiting. Het is hoog tijd dat er een compensatie komt, een herverdeling van de rijkdom. Jullie komst vormt net een verrijking voor onze cultuur.’

‘Je komt uit Ghana en je bent op zoek naar een beter leven? En je bent geen homo? Sorry, je asielaanvraag is afgekeurd. Je komt uit Syrië en je ontvlucht de oorlog? Proficiat, je krijgt een verblijfsvergunning voor vijf jaar.’

 

Aan het woord is driemaal dezelfde leraar die telkens een groep migranten aanspreekt. In de eerste act neemt de leraar een afwerende houding aan: migranten zijn niet welkom in Europa. In de tweede act doet de leraar zich voor als een schuldbewuste, solidaire linkse jongen. In de derde act simuleert hij een asielprocedure, geheel volgens de officiële Nederlandse voorschriften. Door een fictieve leraar (gespeeld door de Vlaamse acteur Valentijn Dhaenens) uiteenlopende Europese houdingen tegenover migratie te laten vertolken, zoekt de Nederlandse regisseur Guido Hendrikx in Stranger in Paradise (2016) de grenzen op tussen fictie en non-fictie. Het documentaire element (waar de film uiteindelijk toch op vastgepind wordt, getuige zijn selectie als openingsfilm van het prestigieuze IDFA – International Documentary Film Festival Amsterdam) zit hem in het feit dat de leraar lesgeeft aan echte, net in Sicilië toegekomen vluchtelingen. De confrontatie van een fictieve leraar met echte migranten vormt de originaliteit en de sterkte van Stranger in Paradise, maar roept ook veel vragen op, over politiek én over media-ethiek.

Via de metafoor van de leraar en leerlingen in een klaslokaal biedt de film een reflectie over de machtsverhouding tussen Europa en de asielzoekers. We krijgen drie compleet verschillende politieke houdingen tegenover de vluchtelingenkwestie voorgeschoteld (rechts-emotioneel, links-emotioneel, administratief-zakelijk), maar ze vertrekken wel telkens vanuit eenzelfde westerse machtspositie. Doordat de acteur werd gescript en de ‘zichzelf spelende’ migranten niet, wordt de machtsverhouding zelfs tot op het filmdramatische niveau doorgetrokken. Bovendien krijgt de leraar als incarnatie van Europa drie gezichten, terwijl de migranten één homogene groep blijven. Stranger in Paradise gaat dan ook niet over migranten, maar wel over de bevoorrechte westerse blik op migranten.

Op dit vlak krijgt de film nog een extra laag door de epiloog. Hierin neemt Valentijn Dhaenens, ditmaal uit zijn rol als leraar en klaar om terug naar de Lage Landen te reizen, een eerder onverschillige houding aan tegenover de migranten. Hij legt hen uit met welke middelen de film gemaakt wordt (“We kregen een subsidie van 180.000 euro. – Zoveel geld! – Och ja, dat is een normaal budget voor dit soort film hoor”) en hoe hij op filmfestivals zal worden vertoond. Guido Hendrikx, die zijn film opent met een fragment uit een vroege Lumièrefilm (L’Arrivée d’un Train, 1895), stelt zich zelfreflexief op: hij erkent dat hij een westerse man is die een film maakt met een westerse man in de hoofdrol voor een westers publiek. De asielzoekers in de film zijn essentieel, maar tegelijk ondergeschikt. Na de film scheiden hun wegen en kan de regisseur overal ter wereld filmfestivals afschuimen, terwijl de migranten nog steeds amper bewegingsvrijheid hebben.

De ethische kwestie die Hendrikx hiermee expliciet opwerpt, wordt nog versterkt door de performance van de acteur: de filmmakers grijpen in in het leven van de emotioneel beladen migranten en zorgen voor dikwijls harde confrontaties. Deze manier van werken herinnert aan discussies over andere performancedocumentaires die de westerse superioriteit deconstrueerden door middel van provocerende interventies van de filmmakers, zoals Enjoy Poverty: Episode III (2008) van Renzo Martens of The Ambassador (2011) van Mads Brügger (net als Stranger in Paradise waren ook deze films trouwens openingsfilms van het IDFA). De performance zorgt ervoor dat de films heel wat provocerender en daardoor doeltreffender, maar ook wranger zijn dan de meer traditionele documentaires, die vaak een sentimentele toon krijgen in de focus op het harde migrantenleven.

Hendrikx tracht zich ethisch zoveel mogelijk te verantwoorden door prat te gaan op de accuraatheid van de interventies: de verschillende houdingen en confrontaties zijn gebaseerd op gedegen research. Deze zijn realistisch en lijken daardoor verantwoord. Nog belangrijker is de transparantie die de regisseur aanhield tijdens de opnames: de migranten werden op voorhand ingelicht dat de leraar een acteur was die een bepaalde houding zou aannemen. Bovendien reflecteert Stranger in Paradise expliciet over de ethische vraagstukken die het maken van films over kwetsbare groepen oproepen.

Deze werkprincipes en zelfkritiek sieren Hendrikx, maar de vraag is natuurlijk of dit volstaat. Is een filmmaker minder schuldig wanneer hij eerlijk toegeeft dat hij de westerse culturele elite bedient door middel van migranten die nooit op de westerse filmfestivals zullen geraken om zichzelf in de film te zien? Bestaat er überhaupt wel zoiets als een volledig ethisch verantwoorde documentaire? Is het enige alternatief dan geen film? Dit zijn vragen waar geen eenvoudig antwoord op te geven valt. De sterkte van de film is dat hij je dwingt tot reflectie over deze en andere vragen. Tegelijk komt het besef des te harder binnen dat enkel wij, de geprivilegieerde mensen die deze film kunnen zien, hier profijt uit halen.

 

Advertisements

Remaking European Cinema

I’m excited to announce the international symposium ‘Remaking European Cinema’! I’m organizing this symposium together with my colleagues Eduard Cuelenaere and Stijn Joye at Ghent University on 1 June 2018. See the symposium website for more information. I copy the call for papers below.

Remaking European Cinema

 A symposium on the theory and practice of the film remake in a European context

1 June 2018, Ghent University, Belgium

Confirmed keynote speakers:
– Professor Thomas Leitch, University of Delaware
– Professor Lucy Mazdon, University of Southampton
– Dr. Iain R. Smith, King’s College London

The film remake, whether as a practice or a concept, has been around since the very beginnings of cinema. While the earliest studies of the remake provided general overviews trying to sketch patterns and localize differing practices, this was followed by substantial attempts to define the remake as both a textual and cultural artefact and as a commercial business. Building on adaptation theories, scholars eventually pinpointed the intertextual properties that are inherent to (the relationship between) a source film and its remake(s). These evolutions in the research field spurred the idea of the remake as a kind of prism, which can be used to examine a variety of aesthetic, cultural, economic and social questions. For quite some time, most studies in the field were confined to the Hollywood practice of remaking non-Hollywood films, or, vice versa, non-Hollywood film industries remaking Hollywood films.

More recently, attempts are being made to look beyond Hollywood, inquiring into other nations or regions that, for example, remake their own films or the films of neighbouring countries. Notwithstanding these promising evolutions, there is still a lack of sustained research analysing the specific context(s) of European cinema. As a continent, Europe is known for its fragmentation and diversity due to the multitude of different languages and cultures existing next to and through each other within a relatively small geographical area. Although attempts to pinpoint the characteristics of European cinema are always questionable given that ‘Europe’ is as much a social, contingent and dynamic construction as other geopolitical entities, various cultural, economic and political dynamics grant the concept of European cinema analytical value. Accordingly, the purpose of the symposium is to bring together scholars with expertise in the currently vibrant field of remake studies for a discussion of the dynamics and particularities of the film remake in a European context.

Potential subjects to be addressed include, but are not limited to:

  • Historical and contemporary approaches to film remakes in Europe
  • The industrial, financial and production-related dynamics of European remake practices
  • (Regional, national and transnational) public film policies towards remakes
  • Cultural aspects of the European film remake (banal nationalism, cross-cultural comparison, cultural proximity, cultural identity …)
  • Textual aspects of the European film remake (narration, aesthetics …)
  • The distribution, programming, exhibition and reception of European remakes
  • Remakes within European national/regional cinemas (including Western, Northern, Southern, and Central and Eastern European cinemas)
  • Transnational or cross-cultural European remakes
  • European art cinema remakes
  • European popular cinema remakes
  • European remakes of non-European films
  • The European remake and theories of intertextuality, genre, seriality, repetition …
  • European remakes and questions of adaptation, ‘originality’, authenticity, authorship, ownership, copyright …

Paper proposals should include the title of the presentation, a 300-word abstract, and a short autobiographical statement.

Submission deadline: March 10th 2018.
Proposal acceptance notification: March 30th 2018.
Please send your proposals to: remakes@UGent.be

More information on the symposium website: www.remakingeurope.com

Following the symposium, authors of selected papers will be invited to contribute their work to an edited volume on this subject with an internationally renowned academic publisher and/or a special issue of an international academic journal.

This symposium is organized by Gertjan Willems, Eduard Cuelenaere and Stijn Joye, Centre for Cinema and Media Studies (CIMS) at Ghent University. The symposium is funded by the FWO research project ‘Lost in Translation? A multi-methodological research project on same-language film remakes between Flanders and The Netherlands’ and sponsored by the Film Studies section of ECREA and the Popular Communication division of NeFCA.

COFIB: The End

This weekend, the very last edition of the COFIB film seminars in Neerpelt took place. The seminar focused on great ‘last films’.

Afgelopen weekend vond in het Dommelhof te Neerpelt het COFIB*-weekend plaats, een filmseminarie dat een cinefiel publiek uit Vlaanderen en Nederland verzamelt om zeven films en vier lezingen bij te wonen. Door het wegvallen van de provinciale ondersteuning was deze 65e editie ook de allerlaatste COFIB-editie (zelf kom ik er sinds 2012, vorig jaar ook als spreker). Dat is bijzonder jammer, want de filmprogrammering en de lezingen waren opnieuw uitmuntend én alle beschikbare plaatsen waren volzet.

COFIB

Bart Versteirt (Cinea) introduceert Christophe Verbiest, die een lezing gaf over Edward Yang

Erg toepasselijk kozen organisatoren Zebracinema en Cinea er voor deze laatste editie voor enkele grote filmmakers en acteurs te eren door hun laatste film te tonen: Fassbinders Querelle (1982), Edward Yangs Yi Yi (2000), Ozu’s An autumn afternoon (1962), Buñuels Cet obscur objet du désir (1977) … (bekijk hier het volledige programma) Het was een einde in schoonheid, maar de hoop blijft dat er toch nog een vervolg komt!

* COFIB staat voor ‘Cursus, Oefening, Film, Inzicht en Bespreking’ en stamt uit een tijd (jaren 1960-1970) waarin er te Neerpelt wel meer dergelijke acroniemen geboren werden, zoals het NIVWF (Nationaal Instituut voor de Verspreiding van de Waardevolle Film) of Figator (Filminleider en gespreksanimator, een titel met bijhorend diploma die men kon verwerven na enkele COFIB-seminaries te hebben gevolgd).

Kinoautomat: Gentse cinefilie

A new, Ghent-based cinephile platform has been launched, Kinoautomat.

Kinoautomat

Vorige donderdag werd een nieuw cinefiel platform boven de doopvont gehouden, Kinoautomat. Wie beweert dat cinefilie en filmkritiek ten dode opgeschreven zijn, krijgt zo nog maar eens lik op stuk. Binnen een Vlaamse context alleen al ontstonden er de laatste jaren bruisende, kwaliteitsvolle platformen als Photogénie en Sabzian. Zij bieden niet enkel filmkritiek aan op het web, maar treden ook naar buiten met initiatieven als de Young Critics workshop en een rondetafelgesprek over filmkritiek, beide tijden het aankomende Film Fest Gent.

kinoautomat bezelierrs

Kinoautomatbezielers Eduard Cuelenaere, Lennart Soberon, Ditte Claus en Vik Verplanken (foto Julie Daems)

Ook Kinoautomat wil ruimte bieden voor zowel geschreven als evenementgerichte filmreflecties, maar onderscheidt zich van andere initatieven door zich expliciet op de Gentse scène te richten. Dat Gent een vruchtbare cinefiele bodem biedt, toont ook de expositie en het bijhorende boek Skopiumschuivers, over de Studio Skoop en het Gentse cultureel-intellectueel leven in de periode 1970-1982. Daarvan vormt het morgen van start gaande Film Fest Gent een uitloper. Ongetwijfeld zal ook Kinoautomat zijn liefde voor de film op het festival komen botvieren!