Daens: the making of

The latest issue of the journal WT includes an article I wrote about the novel Pieter Daens (1971) and the film Daens (1992), and how they have contributed to the ‘Daens myth’. You can read it here: here (in Dutch).

In het laatste nummer van WT: Tijdschrift over de geschiedenis van de Vlaamse beweging verscheen mijn artikel Daens: de making-of. Over de film Daens (1992) en de Daensmythe. Je kan het artikel hier downloaden. Wat begon als een vertaling van een Engelstalig Daensartikel groeide uit tot een volledig herwerking van dat artikel.

Daens artikel

Het huidige, Nederlandstalige artikel onderzoekt niet enkel meer hoe Louis Paul Boons historische roman Pieter Daens (1971) en, in het bijzonder, Stijn Coninx’ biopic Daens zich verhouden tot hun historisch onderwerp, de Aalsterse priester en politicus Adolf Daens (1839-1907). Het artikel focust nu voornamelijk op hoe deze Daensvertellingen bijdragen tot de Daensmythe, die twee dimensies kent. Enerzijds een persoonlijke dimensie met de heroïsering van Daens, anderzijds een politiek-historische dimensie waarbij Daens en het daensisme gelijkgesteld worden met de bredere daensistische beweging en het ontstaan van de christendemocratie in Vlaanderen. De Daensmythe en de filmische popularisering ervan zorgden er mee voor dat Daens kon uitgroeien tot een historisch symbool dat zich flexibel laat inzetten in hedendaagse politiek-ideologische discoursen.

Advertisements

Small cinemas conference

Small cinemas poster

The last three days, I’ve been attending the Small cinemas, small spaces conference at the University of Lisbon. The organizing team (Filipa Rosário, Inês Ponte, Mariana Liz and Pedro Figueiredo Neto) did a great job in facilitating discussions on various matters of space in the cinemas of small nations, with presentations considering representations, industries and audiences.

small cinemas organizers

Organizers and keynote speakers

Quite remarkable for me was the presence of Belgian cinema in the conference: Philippe Meers’ (University of Antwerp) keynote discussed the national cinema concept from a Belgian perspective, thereby focusing on young Flemish film audiences, Michael Gott (University of Cincinnati) talked about the family as a metaphor in francophone Belgian cinema, and my own presentation focused on national identity and Belgian cinema in general. A sign of ‘Belgian cinema’ becoming a kind of research field?

small eigen panel

Panel on the nation in small cinemas

A highlight of the conference was the screening of Cães sem coleira (Dogs without a leash, 1997) at the Cinemateca Portuguesa, followed by a Q&A with director Rosa Coutinho Cabral and the documentary’s protagonist António Feliciano. The extremely self-reflexive film tells the life story of Feliciano, who has been a film exhibitor in Southern Portugal since the 1960s up until the present day. While writing a history of Portuguese film and cinema culture, this little gem also examines questions of truth and memory, and how film relates to these concepts.

antonio

António Feliciano’s ambulant cinema at the Cinemateca

Pictures by Mariana Liz

Special issue: Current trends in remaking European screen cultures

I’m happy to announce that Communications – The European Journal of Communication Research just published a special issue titled ‘Current trends in remaking European screen cultures’! Eduard Cuelenaere, Stijn Joye and I were the guest editors for this issue, which is one of the outcomes of the symposium ‘Remaking European Cinema‘ we organized last year. As the title of the special issue suggests, the articles we collected here focus on the most recent developments in the European film en television remake industry.

special issue

This is the table of contents of the special issue:

EDITORIAL

Current trends in remaking European screen cultures Cuelenaere, Eduard / Joye, Stijn / Willems, Gertjan

ARTICLES

Local flavors and regional markers: The Low Countries and their commercially driven and proximity-focused film remake practice Cuelenaere, Eduard / Joye, Stijn / Willems, Gertjan

Manufacturing proximity through film remakes: Remake rights representatives and the case of local-language comedy remakes Labayen, Miguel Fernández / Morán, Ana Martín

Babylon Berlin: Pastiching Weimar cinema Hall, Sara F.

Remaking Winnetou, reconfiguring German fantasies of Indianer and the Wild West in the Post-Reunification Era Loock, Kathleen

Instead of the real thing: Six ways to talk about what Hollywood does to European films Leitch, Thomas

BOOK REVIEWS

Meir, C. (2019). Mass producing European cinema: Studiocanal and its works. New York, London: Bloomsbury Academic. 272 pp. Cuelenaere, Eduard

Evens, T., & Donders, K. (2018). Platform power and policy in transforming television markets. Cham: Palgrave Macmillan. 304 pp. Scarlata, Alexa

The state of the nation in Belgian cinema

I’m happy to announce that the University Research Fund (BOF) of the University of Antwerp has granted me funding for the research project ‘The state of the nation in Belgian cinema’! The 4-year project focuses on contemporary cinema and (trans)national identities in Belgium (more information here). There will be appointed a PhD candidate to work on this project, the vacancy has now been published in English and in Dutch. Interested candidates can apply until 11 August.

Bérénice Bejo in ‘Le passé’

I wrote a piece on Le passé (2013, Asghar Farhadi) and its main actress Bérénice Bejo for the Flemish public television channel Canvas. You can read it here (in Dutch).

Le passé poster

Zaterdagavond vertoont Canvas Le passé (2013), een film van de Iraanse regisseur Asghar Farhadi. De film vertelt een intens, diepmenselijk verhaal  over complexe gezinsrelaties. Zo’n film staat of valt met de acteerprestaties. En laat die in Le passé van de allerhoogste kwaliteit zijn. Vooral Bérénice Bejo maakt indruk met haar genuanceerde vertolking van een vrouw verstrikt in een web van vaak contrasterende gevoelens, tegenover haar dochters, haar oude en haar nieuwe geliefde. Daarmee demonstreert ze haar dramatische veelzijdigheid, na eerder vooral uitbundige rollen te hebben gespeeld (zoals haar doorbraakrol in The Artist) in een carrière die getuigt van een grote liefde voor de cinema.

Op de website van Canvas ga ik hier dieper op in. De film valt ook te bekijken op VRT.NU (tot 15 juli).

Media Mutations conference

Today was the second and last day of the 11th Media Mutations conference at the University of Bologna in Italy. This year’s focus was on soft power, diplomacy and media, with special attention for film. The programme included great keynote talks by Stanley Rosen (University of Southern California) on China’s film industry and Rachel Dwyer (SOAS University of London) on Indian cinema, and five highly interesting panels with case-studies on topics ranging from contemporary Turkey’s television series (Dimitra Laurence Larochelle; Ece Vitrinel) over inter-Korean relations (Antonio Fiori and Marco Milani) to pioneering historical research on the concept of ‘screen diplomacy’ (Daniël Biltereyst, Ilaria Poggiolini, Dom Holdaway and Tomaso Subini). After having focused almost exclusively on teaching for several months, these two intensive days of research were very inspiring!

WhatsApp Image 2019-05-21 at 13.59.45

The conference was organized by Marco Cucco (University of Bologna) and co-organized by Zhan Zhang (Università della Svizzera italiana) and myself.

 

Het leven eener groote abdij (1930)

Together with students from the University of Antwerp, I’ve been working on the Belgian filmmaker Carlo Queeckers and his only surviving film, Het leven eener groote abdij/La vie d’un grand monastère (1930). The results of our research are presented during two film screenings.

Tongerloo-film komt

In de late jaren 1920 werd Carlo Queeckers als een van de belangrijkste Belgische cineasten beschouwd. Helaas zijn de meeste van zijn films verloren gegaan. De enige uitzondering is Het leven eener groote abdij/La vie d’un grand monastère, een film uit 1930 over de abdij van Tongerlo. Queeckers’ stilistisch opmerkelijke film zonk volledig weg in de vergetelheid. CINEMATEK, het Koninklijk Belgisch Filmarchief, maakte een digitale versie van Het leven eener groote abdij, wat de aanleiding vormde om voor het eerst een grondig onderzoek uit te voeren naar de film en zijn maker.

Dit gebeurde binnen het door Steven Jacobs en mezelf gedoceerde Onderzoeksseminarie Film aan de Masteropleiding Theater-en filmwetenschap van de Universiteit Antwerpen. De resultaten van het onderzoek worden voorgesteld in een brochure, een artikel in Filmmagie en tijdens twee filmvertoningen: op 8 mei in Cinema Zuid te Antwerpen, en op 22 mei in de bibliotheek van Westerlo, telkens met een inleiding door de studenten.

Carlo Queeckers

Carlo Queeckers

Het idee om een film te maken over de norbertijnenabdij van Tongerlo ontstond in de nasleep van een zware brand die de abdij in 1929 gedeeltelijk verwoestte. Een groep kloosterlingen schreef een scenario voor een film waarvan de opbrengsten zouden dienen voor de herstellingswerken. Men vond in de toen 24-jarige cineast Carlo Queeckers de ideale kandidaat om de klus te klaren.

De in Brussel geboren filmmaker Carlo Queeckers (1906-1969) werd op dat moment geprezen om zijn ritmische stadsfilms Vlaamse kermis (1929) en Brusselse melodie (1929). Queeckers gold als een vertegenwoordiger van de avant-garde in de Belgische film en werd in één adem genoemd met Henri Storck en Charles Dekeukeleire. Na de Tongerlofilm in 1930 maakte Queeckers enkele films in Portugal. Le mas d’Icare (1934), een illustratie van een muziekstuk van Paul Gilson, is voor zover bekend zijn laatste realisatie.

De abdijfilm is Queeckers’ enige bewaard gebleven film. De filmproductie was een grootse onderneming. Overgeleverde production stills laten bijvoorbeeld een grote houten stelling zien van waarop de panoramische beelden werden gedraaid. De brand werd nagebootst door een maquette te laten afbranden. De film werd ook gemaakt met een groot aantal (wellicht 800 à 1.000) figuranten, veelal dorpelingen uit de buurt. De grote sterspelers zijn evenwel de paters zelf. Ze vertolken de rollen van allerhande personages in de historische scènes maar spelen ook zichzelf in de eigentijdse passages.

De film opent met beelden van de wilde Kempen in de twaalfde eeuw, net voor de stichting van de abdij. Wat volgt is een aaneenschakeling van belangrijke historische gebeurtenissen in de geschiedenis van de abdij zoals de stichting, de opstand tegen het Oostenrijks bewind, de uitdrijving van de kloosterlingen tijdens de Franse Revolutie en de terugkeer in 1840. De film springt dan naar de hedendaagse tijd om de kijkers een blik te gunnen in het dagelijks leven van de kloosterlingen. Het laatste gedeelte richt zich op de de brand en de wederopbouw van de abdij.

De film valt stilistisch op in zijn voorliefde voor de long take, terwijl camerabewegingen en tableaus volop de diepte van het kader bespelen. Queeckers zocht duidelijk aansluiting bij de Europese kunstfilm. De film bevat ook enkele sequenties met een ritmische montage die aan de Sovjetcinema herinnert. Het leidt tot een vrij eclectisch maar steeds vakkundig resultaat, waarbij Queeckers erin slaagt om de visie van zijn opdrachtgevers te verzoenen met zijn eigen kunstenaarschap.

Er werden verschillende versies van de film uitgebracht en gedurende de volgende decennia werd er meerdere keren in de film geknipt. Dit maakte een reconstructie van de film er niet makkelijker op. De film die vandaag beschikbaar is, werd geconstrueerd door de overgeleverde filmfragmenten te vergelijken met wat de contemporaine pers over de film schreef en andere historische documentatie. Vermoedelijk ontbreekt nog steeds een deel over de kunstschatten van de abdij.

De film kan niet los van zijn katholieke context gezien worden. De katholieke beweging kende in de jaren 1920 een dubbelzinnige houding tegenover het filmmedium. Enerzijds gold de filmwereld als een ‘school van verderf’ en trachtte men films en bioscopen te controleren via de oprichting van allerlei instanties. Anderzijds zag men in katholieke kringen ook het instructieve en creatieve potentieel van films in. Vanaf het begin van de jaren 1920 lieten diverse congregaties films vervaardigen over hun werking. Het leven eener grote abdij is één van de meest ambitieuze films binnen deze traditie en is dringend aan een herontdekking toe.

Collages op basis van Queeckers’ film door Carolina Van Thillo

Filmvertoningen met live pianobegeleiding en voorafgaande presentatie van het onderzoek:

  • Woensdag 8 mei om 20u00 in Cinema Zuid te Antwerpen: website
  • Woensdag 22 mei om 20u00 in de bibliotheek van Westerlo: website

Over het onderzoek schreven we een artikel voor Filmmagie. Ook KnackFocus, Sabzian, Cinevox, HLN.beKerknet, Gazet van Laakdal, en KempenNieuws zetten film en onderzoek in de kijker.