Bérénice Bejo in ‘Le passé’

I wrote a piece on Le passé (2013, Asghar Farhadi) and its main actress Bérénice Bejo for the Flemish public television channel Canvas. You can read it here (in Dutch).

Le passé poster

Zaterdagavond vertoont Canvas Le passé (2013), een film van de Iraanse regisseur Asghar Farhadi. De film vertelt een intens, diepmenselijk verhaal  over complexe gezinsrelaties. Zo’n film staat of valt met de acteerprestaties. En laat die in Le passé van de allerhoogste kwaliteit zijn. Vooral Bérénice Bejo maakt indruk met haar genuanceerde vertolking van een vrouw verstrikt in een web van vaak contrasterende gevoelens, tegenover haar dochters, haar oude en haar nieuwe geliefde. Daarmee demonstreert ze haar dramatische veelzijdigheid, na eerder vooral uitbundige rollen te hebben gespeeld (zoals haar doorbraakrol in The Artist) in een carrière die getuigt van een grote liefde voor de cinema.

Op de website van Canvas ga ik hier dieper op in. De film valt ook te bekijken op VRT.NU (tot 15 juli).

Advertisements

Media Mutations conference

Today was the second and last day of the 11th Media Mutations conference at the University of Bologna in Italy. This year’s focus was on soft power, diplomacy and media, with special attention for film. The programme included great keynote talks by Stanley Rosen (University of Southern California) on China’s film industry and Rachel Dwyer (SOAS University of London) on Indian cinema, and five highly interesting panels with case-studies on topics ranging from contemporary Turkey’s television series (Dimitra Laurence Larochelle; Ece Vitrinel) over inter-Korean relations (Antonio Fiori and Marco Milani) to pioneering historical research on the concept of ‘screen diplomacy’ (Daniël Biltereyst, Ilaria Poggiolini, Dom Holdaway and Tomaso Subini). After having focused almost exclusively on teaching for several months, these two intensive days of research were very inspiring!

WhatsApp Image 2019-05-21 at 13.59.45

The conference was organized by Marco Cucco (University of Bologna) and co-organized by Zhan Zhang (Università della Svizzera italiana) and myself.

 

Het leven eener groote abdij (1930)

Together with students from the University of Antwerp, I’ve been working on the Belgian filmmaker Carlo Queeckers and his only surviving film, Het leven eener groote abdij/La vie d’un grand monastère (1930). The results of our research are presented during two film screenings.

Tongerloo-film komt

In de late jaren 1920 werd Carlo Queeckers als een van de belangrijkste Belgische cineasten beschouwd. Helaas zijn de meeste van zijn films verloren gegaan. De enige uitzondering is Het leven eener groote abdij/La vie d’un grand monastère, een film uit 1930 over de abdij van Tongerlo. Queeckers’ stilistisch opmerkelijke film zonk volledig weg in de vergetelheid. CINEMATEK, het Koninklijk Belgisch Filmarchief, maakte een digitale versie van Het leven eener groote abdij, wat de aanleiding vormde om voor het eerst een grondig onderzoek uit te voeren naar de film en zijn maker.

Dit gebeurde binnen het door Steven Jacobs en mezelf gedoceerde Onderzoeksseminarie Film aan de Masteropleiding Theater-en filmwetenschap van de Universiteit Antwerpen. De resultaten van het onderzoek worden voorgesteld in een brochure, een artikel in Filmmagie en tijdens twee filmvertoningen: op 8 mei in Cinema Zuid te Antwerpen, en op 22 mei in de bibliotheek van Westerlo, telkens met een inleiding door de studenten.

Carlo Queeckers

Carlo Queeckers

Het idee om een film te maken over de norbertijnenabdij van Tongerlo ontstond in de nasleep van een zware brand die de abdij in 1929 gedeeltelijk verwoestte. Een groep kloosterlingen schreef een scenario voor een film waarvan de opbrengsten zouden dienen voor de herstellingswerken. Men vond in de toen 24-jarige cineast Carlo Queeckers de ideale kandidaat om de klus te klaren.

De in Brussel geboren filmmaker Carlo Queeckers (1906-1969) werd op dat moment geprezen om zijn ritmische stadsfilms Vlaamse kermis (1929) en Brusselse melodie (1929). Queeckers gold als een vertegenwoordiger van de avant-garde in de Belgische film en werd in één adem genoemd met Henri Storck en Charles Dekeukeleire. Na de Tongerlofilm in 1930 maakte Queeckers enkele films in Portugal. Le mas d’Icare (1934), een illustratie van een muziekstuk van Paul Gilson, is voor zover bekend zijn laatste realisatie.

De abdijfilm is Queeckers’ enige bewaard gebleven film. De filmproductie was een grootse onderneming. Overgeleverde production stills laten bijvoorbeeld een grote houten stelling zien van waarop de panoramische beelden werden gedraaid. De brand werd nagebootst door een maquette te laten afbranden. De film werd ook gemaakt met een groot aantal (wellicht 800 à 1.000) figuranten, veelal dorpelingen uit de buurt. De grote sterspelers zijn evenwel de paters zelf. Ze vertolken de rollen van allerhande personages in de historische scènes maar spelen ook zichzelf in de eigentijdse passages.

De film opent met beelden van de wilde Kempen in de twaalfde eeuw, net voor de stichting van de abdij. Wat volgt is een aaneenschakeling van belangrijke historische gebeurtenissen in de geschiedenis van de abdij zoals de stichting, de opstand tegen het Oostenrijks bewind, de uitdrijving van de kloosterlingen tijdens de Franse Revolutie en de terugkeer in 1840. De film springt dan naar de hedendaagse tijd om de kijkers een blik te gunnen in het dagelijks leven van de kloosterlingen. Het laatste gedeelte richt zich op de de brand en de wederopbouw van de abdij.

De film valt stilistisch op in zijn voorliefde voor de long take, terwijl camerabewegingen en tableaus volop de diepte van het kader bespelen. Queeckers zocht duidelijk aansluiting bij de Europese kunstfilm. De film bevat ook enkele sequenties met een ritmische montage die aan de Sovjetcinema herinnert. Het leidt tot een vrij eclectisch maar steeds vakkundig resultaat, waarbij Queeckers erin slaagt om de visie van zijn opdrachtgevers te verzoenen met zijn eigen kunstenaarschap.

Er werden verschillende versies van de film uitgebracht en gedurende de volgende decennia werd er meerdere keren in de film geknipt. Dit maakte een reconstructie van de film er niet makkelijker op. De film die vandaag beschikbaar is, werd geconstrueerd door de overgeleverde filmfragmenten te vergelijken met wat de contemporaine pers over de film schreef en andere historische documentatie. Vermoedelijk ontbreekt nog steeds een deel over de kunstschatten van de abdij.

De film kan niet los van zijn katholieke context gezien worden. De katholieke beweging kende in de jaren 1920 een dubbelzinnige houding tegenover het filmmedium. Enerzijds gold de filmwereld als een ‘school van verderf’ en trachtte men films en bioscopen te controleren via de oprichting van allerlei instanties. Anderzijds zag men in katholieke kringen ook het instructieve en creatieve potentieel van films in. Vanaf het begin van de jaren 1920 lieten diverse congregaties films vervaardigen over hun werking. Het leven eener grote abdij is één van de meest ambitieuze films binnen deze traditie en is dringend aan een herontdekking toe.

Collages op basis van Queeckers’ film door Carolina Van Thillo

Filmvertoningen met live pianobegeleiding en voorafgaande presentatie van het onderzoek:

  • Woensdag 8 mei om 20u00 in Cinema Zuid te Antwerpen: website
  • Woensdag 22 mei om 20u00 in de bibliotheek van Westerlo: website

Over het onderzoek schreven we een artikel voor Filmmagie. Ook KnackFocus, Sabzian, Cinevox, HLN.beKerknet, Gazet van Laakdal, en KempenNieuws zetten film en onderzoek in de kijker.

Charles Dekeukeleire at CINEMATEK

Poster expo

This month, CINEMATEK (the Belgian Royal Film Archive) pays tribute to Charles Dekeukeleire (1905-1971), one of Belgium’s most important filmmakers. Especially his avant-gardist films from the late 1920s, such as Impatience (1928) and Histoire de détective (1929), are (justly!) considered as masterpieces of experimental cinema. See, for example, Kristin Thompson’s excellent analysis of these films. But while Thompson is less enthusiastic about Dekeukeleire’s later work, I find films such as Witte vlam (1930), Visions de Lourdes (1932), Thèmes d’inspiration (1938) and the underrated Het kwade oog (1937 – on which I have been working, see here) equally interesting.

Next to a film programme focusing on Dekeukeleire’s work and its film historical links, CINEMATEK hosts an attractive exhibition curated by Mathilde Lejeune (Université Lille 3), who also gave a lecture on her ongoing research on Dekeukeleire’s life and work. For the exhibition, she made an insightful selection out of CINEMATEK’s rich archival holdings on Dekeukeleire: film stills, scripts, publicity material, reviews, certificates, letters, and, above all, Dekeukeleire’s intriguing little notebooks. Lejeune introduces the exhibition in this video.

Definitely worth a visit for anyone interested in the history of Belgian cinema, experimental and documentary cinema! The exhibition is on display until 28 April.

 

4 months, 3 weeks and 2 days

I wrote a piece on 4 months, 3 weeks and 2 days (2007) for the Flemish public television channel Canvas. You can read it here (in Dutch).

4 months

Zaterdagavond vertoont Canvas 4 months, 3 weeks and 2 days (2007, Cristian Mungiu), een hoogtepunt uit de Roemeense new wave. Op de website van Canvas leg ik uit waarom deze film een absolute must see is. De film valt ook te bekijken op VRT.NU.

Remaking national, disability and gender identities

The European Journal of Cultural Studies published an article by Eduard Cuelenaere, Stijn Joye and myself. By drawing on the case of the Belgian film Hasta La Vista (2011) and its Dutch remake Adios Amigos (2016), we look at how the remake process transforms representations of national, disability and gender identities. You can read the article here.

EJCS

Both films are popular road trip movies dealing with the adventure of three friends with disabilities who overcome boundaries in multiple ways. Not only by figuratively (and almost literally) escaping their parents and their disabilities but also through traveling, exploring sexuality, and eventually by dying. Although the films deal with almost exactly the same themes, their interpretation and contextualization differ considerably. As a consequence of the localizing processes embedded in film remakes, subtexts which were ingrained in the source text were ignored or even withheld in the newer version. As the involved filmmakers built on particular stereotypical visions and myths about these specific cultures and national identities, often with the purpose of recreating a socio-cultural context, such narrowed perceptions were occasionally subverted but also reconsolidated. Furthermore, through the remake process, some ableist and patronizing representations of, respectively, disability and gender identities were subverted, while others were kept or even reinforced. Our results show that such transformations point toward specific socio-culturally defined disability and gender identities but also toward a shared disability and gender culture.

Conference on research methods in film studies

On 18 and 19 October, the ECREA Film Studies section will organise its biannual conference in Ghent! The conference topic is Research Methods in Film Studies: Challenges and Opportunities. I’m organizing this conference together with my colleagues Sergio Villanueva Baselga and Mariana Liz. You can find the full call for papers below.

CFP: Research Methods in Film Studies: Challenges and Opportunities
18-19 October 2019, Ghent, Belgium

Keynote speakers:
Catherine Grant (Birkbeck, University of London)
Barbara Flueckiger (Zurich University)

The academic study of film has involved looking at generic conventions, authorial features, and the use and function of different aspects of film language, including mise-en-scène, narrative, editing and sound. Film Studies has also examined the relationship between film and society, by contemplating issues such as race and gender, the on- and off-screen construction of stardom, the association between cinema, ideology and propaganda, and the way in which films mirror and shape national and transnational identities. The industrial features of film, film policy and legislation, as well as matters of film reception, distribution and exhibition, venues and audiences (cf. the New Cinema History Movement) have also been extensively considered by scholars, within and beyond the discipline.

Research questions and methodologies from the humanities and social sciences have often been used in conjunction in the analysis of this multitude of topics. The history of Film Studies is thus one of transdisciplinarity. As the discipline moves forward, and its future is called into question – both in relation to debates about the post-cinematic era (Denson and Leyda 2016) and the changing academic context (Fairfax 2017) – methodological considerations have been given greater attention in academic discussions. This is at least partly connected to the rise of the Digital Humanities, which has afforded the study of film with a variety of new digital sources, tools and methods, as well as a growing interest in quantitative data, which allows for new forms of analysis of film texts, industries, audiences and cultures. At the same time, more traditional methods, such as the multiple approaches to textual analysis, the use of interviews and surveys, as well as archival research, retain their important place within Film Studies. The wide variety of methodologies adopted by researchers of film across the globe have meant the discipline is now faced with a series of challenges and opportunities.

Aiming to explore a wide range of approaches, this conference invites contributions that engage with current methodological challenges and opportunities in Film Studies. We welcome theoretical contributions on methodological issues in Film Studies, papers or workshop sessions on specific methods, as well as research papers paying considerable attention to the methodological framework at stake.

Abstracts are invited on topics related to research methods in Film Studies, including but not limited to:

  • Statistical methods for textual analysis 
  • Film Studies and big data 
  • Text mining in Film Studies 
  • CAQDAS and Film Studies 
  • Cinema and social network analysis 
  • Audience research  
  • Methods in New Cinema History 
  • Production analysis and film policy research 
  • Film and video as methodological tools 
  • Narrative analysis 
  • Archival research 
  • Neurocinematics and neuroscience of film 
  • Methodological issues in specific schools of film analysis (e.g. feminism, phenomenology, neoformalism, auteurism, post-structuralism, critical theory, cultural studies, political economy …) 

The conference will also host a special panel organized by the ECREA Television Studies section. The section invites paper proposals devoted to new methodologies in the research of television fiction and non-fiction content. The section welcomes submissions that explore comparisons, international approaches and examples of concrete and innovative case studies, in order to shed light on the future of TV Studies in the new digital context.

Please submit your abstract (max 300 words) along with key references, institutional affiliation and a short bio (max 150 words) or a panel proposal, including a panel presentation (max 300 words) along with minimum 3, maximum 4 individual abstracts.

Submission deadline: 12 May 2019.

Proposal acceptance notification: 21 June  2019.

Please send your abstract/panel proposals to the conference email address: filmstudiesecrea@gmail.com

ECREA membership is not required to participate in the conference. The conference fee will not exceed 70 EUR and will include coffee breaks, lunches and receptions.

The conference takes place in Ghent and is hosted by Ghent University and the University of Antwerp. The conference is organised by the ECREA Film Studies Section in co-operation with DICIS (Digital Cinema Studies network), the Research Center for Visual Poetics at the University of Antwerp, the Centre for Cinema and Media Studies at Ghent University, the Visual and Digital Cultures Research Center at the University of Antwerp, and the Popular Communication division of NeFCA.

Conference organisers: Gertjan Willems (University of Antwerp/Ghent University), Sergio Villanueva Baselga (Universitat de Barcelona), Mariana Liz (University of Lisbon)