Tag Archives: Belgian cinema

Etmaal van de Communicatiewetenschap

At the Etmaal van de Communicatiewetenschap in Amsterdam, an annual gathering of communication scholars working in the Netherlands and Flanders, I presented an upcoming edited volume on media and nation-building in Flanders.

Over enkele maanden verschijnt het boek De verbeelding van de leeuw. Een geschiedenis van media en natievorming in Vlaanderen, waar ik de afgelopen drie jaar samen met Bruno De Wever aan werkte. We brachten auteurs uit de media- en communicatiewetenschappen, geschiedenis, politicologie, rechten en taal- en letterkunde samen om zo een interdisciplinair verhaal te vertellen over media en natievorming in Vlaanderen, vanaf de 19e tot de 21e eeuw.

etmaal boekvoorstelling

Boekpresentatie met sneak preview van de cover

De officiële boekvoorstelling vindt plaats in mei, maar op het Etmaal van de Communicatiewetenschap in Amsterdam (6-7 februari) gaven we alvast een sneak preview. Na een woordje uitleg over het boek als geheel presenteerde ik het hoofdstuk over film (met Daniël Biltereyst en Roel Vande Winkel als medeauteurs). Vervolgens presenteerde Alexander Dhoest het hoofdstuk over televisie (medeauteur Hilde Van den Bulck) en Peter Van Aelst het hoofdstuk over de relatie tussen de media en het Vlaams Blok/Belang (medeauteurs Benjamin De Cleen en Knut De Swert).

Etmaal Stien

Stien De Rudder over sequels

Daarnaast was ik betrokken bij een onderzoek naar vervolgfilms in Vlaanderen, gepresenteerd door Stien De Rudder en in samenwerking met Stijn Joye, Emmelie Mouton en Eduard Cuelenaere. De titel van deze presentatie geldt tevens voor het achterliggende onderzoek en het boek: Wordt vervolgd…

Comizi d’Amore conference

Comizi d'amore

Between 1948 (the first elections of the new Republic, that put the Democrazia Cristianain charge of the country) and 1978 (when the first erotic cinemas emerged in Italy), Italian cinema was characterized by increasingly sexualized representations, which caused much public debate. Starting from this observation, the Comizi d’amore project has in the last few years studied the relations between sexuality and cinema in Italy in the post-war period. Yesterday, I was happy to participate in the closing event of the research project at the impressive buildings of the University of Milan.

20191127_120916

Dom Holdaway introducing Daniël Biltereyst

Just like at the previous conference I attended (the small cinemas conference), the presence of Belgian film historical perspectives in the conference was remarkable. My former PhD supervisor Daniël Biltereyst (Ghent University) delivered a great keynote talk about censorship of Italian neorealist films abroad, particularly in Belgium. Guido Convents (SIGNIS) talked about the fascinating figure of ‘film father’ Felix Morlion (who has been very active first in Belgian film culture and after WW II in Italian film culture), and his attitude towards sexuality. My own presentation focused Belgian-Italian sexploitation films in the 1970s, with a case study focusing on The Devil’s Nightmare/Au service du diable/La terrificante notte del demonio (1972, Jean Brismée).

20191127_175409

Presentation of the Cinecensure website of the Cineteca Nazionale

A big thank you and congratulations to Dalila Missero, Francesco Di Chiara, Valentina Re, Tomaso Subini and Federico Vitella for organizing such a stimulating conference!

Francophone Belgian cinema

Earlier this year, the book Francophone Belgian cinema came out, written by Jamie Steele. After providing a revealing general account of contemporary film production, distribution and exhibition in the French Community of Belgium, the book offers chapters on films by Jean-Pierre and LucDardenne, Joachim Lafosse, Olivier Masset-Depasse, Bouli Lanners and Lucas Belvaux. I have written a review of this book for the Historical Journal of Film, Radio and Television, you can read it here. A shorter, Dutch-language version of the review was published by Filmmagie, you can read it here.

Francophone belgian cinema

Small cinemas conference

Small cinemas poster

The last three days, I’ve been attending the Small cinemas, small spaces conference at the University of Lisbon. The organizing team (Filipa Rosário, Inês Ponte, Mariana Liz and Pedro Figueiredo Neto) did a great job in facilitating discussions on various matters of space in the cinemas of small nations, with presentations considering representations, industries and audiences.

small cinemas organizers

Organizers and keynote speakers

Quite remarkable for me was the presence of Belgian cinema in the conference: Philippe Meers’ (University of Antwerp) keynote discussed the national cinema concept from a Belgian perspective, thereby focusing on young Flemish film audiences, Michael Gott (University of Cincinnati) talked about the family as a metaphor in francophone Belgian cinema, and my own presentation focused on national identity and Belgian cinema in general. A sign of ‘Belgian cinema’ becoming a kind of research field?

small eigen panel

Panel on the nation in small cinemas

A highlight of the conference was the screening of Cães sem coleira (Dogs without a leash, 1997) at the Cinemateca Portuguesa, followed by a Q&A with director Rosa Coutinho Cabral and the documentary’s protagonist António Feliciano. The extremely self-reflexive film tells the life story of Feliciano, who has been a film exhibitor in Southern Portugal since the 1960s up until the present day. While writing a history of Portuguese film and cinema culture, this little gem also examines questions of truth and memory, and how film relates to these concepts.

antonio

António Feliciano’s ambulant cinema at the Cinemateca

Pictures by Mariana Liz

The state of the nation in Belgian cinema

I’m happy to announce that the University Research Fund (BOF) of the University of Antwerp has granted me funding for the research project ‘The state of the nation in Belgian cinema’! The 4-year project focuses on contemporary cinema and (trans)national identities in Belgium (more information here). There will be appointed a PhD candidate to work on this project, the vacancy has now been published in English and in Dutch. Interested candidates can apply until 11 August.

Het leven eener groote abdij (1930)

Together with students from the University of Antwerp, I’ve been working on the Belgian filmmaker Carlo Queeckers and his only surviving film, Het leven eener groote abdij/La vie d’un grand monastère (1930). The results of our research are presented during two film screenings.

Tongerloo-film komt

In de late jaren 1920 werd Carlo Queeckers als een van de belangrijkste Belgische cineasten beschouwd. Helaas zijn de meeste van zijn films verloren gegaan. De enige uitzondering is Het leven eener groote abdij/La vie d’un grand monastère, een film uit 1930 over de abdij van Tongerlo. Queeckers’ stilistisch opmerkelijke film zonk volledig weg in de vergetelheid. CINEMATEK, het Koninklijk Belgisch Filmarchief, maakte een digitale versie van Het leven eener groote abdij, wat de aanleiding vormde om voor het eerst een grondig onderzoek uit te voeren naar de film en zijn maker.

Dit gebeurde binnen het door Steven Jacobs en mezelf gedoceerde Onderzoeksseminarie Film aan de Masteropleiding Theater-en filmwetenschap van de Universiteit Antwerpen. De resultaten van het onderzoek worden voorgesteld in een brochure, een artikel in Filmmagie en tijdens twee filmvertoningen: op 8 mei in Cinema Zuid te Antwerpen, en op 22 mei in de bibliotheek van Westerlo, telkens met een inleiding door de studenten.

Carlo Queeckers

Carlo Queeckers

Het idee om een film te maken over de norbertijnenabdij van Tongerlo ontstond in de nasleep van een zware brand die de abdij in 1929 gedeeltelijk verwoestte. Een groep kloosterlingen schreef een scenario voor een film waarvan de opbrengsten zouden dienen voor de herstellingswerken. Men vond in de toen 24-jarige cineast Carlo Queeckers de ideale kandidaat om de klus te klaren.

De in Brussel geboren filmmaker Carlo Queeckers (1906-1969) werd op dat moment geprezen om zijn ritmische stadsfilms Vlaamse kermis (1929) en Brusselse melodie (1929). Queeckers gold als een vertegenwoordiger van de avant-garde in de Belgische film en werd in één adem genoemd met Henri Storck en Charles Dekeukeleire. Na de Tongerlofilm in 1930 maakte Queeckers enkele films in Portugal. Le mas d’Icare (1934), een illustratie van een muziekstuk van Paul Gilson, is voor zover bekend zijn laatste realisatie.

De abdijfilm is Queeckers’ enige bewaard gebleven film. De filmproductie was een grootse onderneming. Overgeleverde production stills laten bijvoorbeeld een grote houten stelling zien van waarop de panoramische beelden werden gedraaid. De brand werd nagebootst door een maquette te laten afbranden. De film werd ook gemaakt met een groot aantal (wellicht 800 à 1.000) figuranten, veelal dorpelingen uit de buurt. De grote sterspelers zijn evenwel de paters zelf. Ze vertolken de rollen van allerhande personages in de historische scènes maar spelen ook zichzelf in de eigentijdse passages.

De film opent met beelden van de wilde Kempen in de twaalfde eeuw, net voor de stichting van de abdij. Wat volgt is een aaneenschakeling van belangrijke historische gebeurtenissen in de geschiedenis van de abdij zoals de stichting, de opstand tegen het Oostenrijks bewind, de uitdrijving van de kloosterlingen tijdens de Franse Revolutie en de terugkeer in 1840. De film springt dan naar de hedendaagse tijd om de kijkers een blik te gunnen in het dagelijks leven van de kloosterlingen. Het laatste gedeelte richt zich op de de brand en de wederopbouw van de abdij.

De film valt stilistisch op in zijn voorliefde voor de long take, terwijl camerabewegingen en tableaus volop de diepte van het kader bespelen. Queeckers zocht duidelijk aansluiting bij de Europese kunstfilm. De film bevat ook enkele sequenties met een ritmische montage die aan de Sovjetcinema herinnert. Het leidt tot een vrij eclectisch maar steeds vakkundig resultaat, waarbij Queeckers erin slaagt om de visie van zijn opdrachtgevers te verzoenen met zijn eigen kunstenaarschap.

Er werden verschillende versies van de film uitgebracht en gedurende de volgende decennia werd er meerdere keren in de film geknipt. Dit maakte een reconstructie van de film er niet makkelijker op. De film die vandaag beschikbaar is, werd geconstrueerd door de overgeleverde filmfragmenten te vergelijken met wat de contemporaine pers over de film schreef en andere historische documentatie. Vermoedelijk ontbreekt nog steeds een deel over de kunstschatten van de abdij.

De film kan niet los van zijn katholieke context gezien worden. De katholieke beweging kende in de jaren 1920 een dubbelzinnige houding tegenover het filmmedium. Enerzijds gold de filmwereld als een ‘school van verderf’ en trachtte men films en bioscopen te controleren via de oprichting van allerlei instanties. Anderzijds zag men in katholieke kringen ook het instructieve en creatieve potentieel van films in. Vanaf het begin van de jaren 1920 lieten diverse congregaties films vervaardigen over hun werking. Het leven eener grote abdij is één van de meest ambitieuze films binnen deze traditie en is dringend aan een herontdekking toe.

Collages op basis van Queeckers’ film door Carolina Van Thillo

Filmvertoningen met live pianobegeleiding en voorafgaande presentatie van het onderzoek:

  • Woensdag 8 mei om 20u00 in Cinema Zuid te Antwerpen: website
  • Woensdag 22 mei om 20u00 in de bibliotheek van Westerlo: website

Over het onderzoek schreven we een artikel voor Filmmagie. Ook KnackFocus, Sabzian, Cinevox, HLN.beKerknet, Gazet van Laakdal, en KempenNieuws zetten film en onderzoek in de kijker.

Charles Dekeukeleire at CINEMATEK

Poster expo

This month, CINEMATEK (the Belgian Royal Film Archive) pays tribute to Charles Dekeukeleire (1905-1971), one of Belgium’s most important filmmakers. Especially his avant-gardist films from the late 1920s, such as Impatience (1928) and Histoire de détective (1929), are (justly!) considered as masterpieces of experimental cinema. See, for example, Kristin Thompson’s excellent analysis of these films. But while Thompson is less enthusiastic about Dekeukeleire’s later work, I find films such as Witte vlam (1930), Visions de Lourdes (1932), Thèmes d’inspiration (1938) and the underrated Het kwade oog (1937 – on which I have been working, see here) equally interesting.

Next to a film programme focusing on Dekeukeleire’s work and its film historical links, CINEMATEK hosts an attractive exhibition curated by Mathilde Lejeune (Université Lille 3), who also gave a lecture on her ongoing research on Dekeukeleire’s life and work. For the exhibition, she made an insightful selection out of CINEMATEK’s rich archival holdings on Dekeukeleire: film stills, scripts, publicity material, reviews, certificates, letters, and, above all, Dekeukeleire’s intriguing little notebooks. Lejeune introduces the exhibition in this video.

Definitely worth a visit for anyone interested in the history of Belgian cinema, experimental and documentary cinema! The exhibition is on display until 28 April.